Informatiebijeenkomsten Franeker en Sneek

INFORMATIEBIJEENKOMSTEN FRANEKER EN SNEEK

 

Op dinsdag 28 januari en woensdag 29 februari organiseerde Fryslân foar de Wyn (FFDW) twee informatiebijeenkomsten in, respectievelijk, Franeker en Sneek. Beide bijeenkomsten werden druk bezocht: in Franeker ongeveer 85 aanwezigen en in Sneek maar liefst 125. Hoewel de bijeenkomsten vooral bedoeld waren voor initiatiefnemers om hen zo snel mogelijk te informeren voordat FFDW officieel van start gaat op 1 februari, waren er ook heel wat deelnemers uit een andere hoek: lokale energiecoöperaties, dorpsbelangen, provinciale staten, gemeenteraden, adviesbureaus en media. Al met al een prima opkomst en een goede kickoff voor FFDW.

 

In het eerste deel van de bijeenkomsten gaven Johannes Houtsma (PDF), Albert Koers (SHFM) en Hans van der Werf (FMF) een toelichting op wat FFDW wil bereiken, waarom dat belangrijk is, hoe het proces is georganiseerd en aan welke randvoorwaarden projecten en projectvoorstellen moeten voldoen.  Zie hier voor de presentatie de ze gebruikten. Daarna was er ruim een uur gelegenheid voor vragen en discussie.

 

De volgende onderwerpen kwamen o.a. aan de orde.

  • Wat is de relatie tussen FFDW en de provincie? Antwoord: FFDW heeft de politieke en financiële steun van de provincie, FFDW maakt een inventarisatie van kansrijke projecten op land, laat dat door een onafhankelijke commissie uitwerken tot één of meer scenario’s, legt die scenario’s als advies voor aan de provincie en dan is het aan de provincie om tot formele besluitvorming over te gaan, dat wil zeggen: gebieden aan te wijzen, inpassingsplannen te maken en het verlenen van vergunningen te coördineren. Wij vertrouwen er op dat de provincie de vaart er in zal houden. Dat zal ook wel moeten want het Rijk kijkt mee.
  • Als er een park van 400 MW op het IJsselmeer komt, is er dan nog wel ruimte voor projecten op land? Antwoord: afspraak is dat FFDW scenario’s opstelt voor het realiseren van de afspraak met het Rijk (530,5 MW in 2020) en dat FFDW streeft naar een goede balans tussen land en meer. Die balans kan alleen tot stand komen als er goede plannen komen voor wind op land – komen die er niet dan zal het Rijk zeker kiezen voor het grootst mogelijke park in het IJsselmeer. Vraag is dan wat er in de praktijk terecht komt van het saneren van verouderde turbines om het landschap op te schonen. Vraag is ook in welke mate Friese ondernemers en bevolking nog kunnen delen in de sociaal-economische voordelen van windenergie.
  • Wat is draagvlak? Wat ons betreft betekent draagvlak niet dat iedereen voor is want er zullen altijd tegenstanders zijn. Echter, als daar ook een groep voorstanders tegenover staat èn als een grote meerderheid van de lokale bevolking zegt dat ze het prima vinden en/of dat ze er mee kunnen leven, dan is er wat FFDW betreft sprake van draagvlak. Draagvlak is dus geen vast percentage, maar een kwalitatief oordeel. FFDW stelt een aantal randvoorwaarden die kunnen bijdragen aan draagvlak (o.a. compensatie, participatie, tijdelijkheid), maar het is aan de initiatiefnemers om draagvlak te verwerven voor hun project. In de regiobijeenkomsten gaan we testen in hoeverre dat is gelukt.
  • Het format is te gedetailleerd en op veel vragen kan nog geen antwoord worden gegeven? Reactie: de Regiegroep realiseert zich dat het altijd om werk in uitvoering gaat en dat in deze fase nog lang niet alles duidelijk kan zijn. Doel van het format is echter vooral om te kunnen beoordelen of en in welke mate plannen realiseerbaar zijn en dat hangt niet van één specifiek onderdeel af, maar van het geheel. Zie het format dus niet als een examen. Als er op een bepaald punt nog geen zekerheid is, meldt dan hoe het er mee staat en wat de plannen zijn. Ook is er in april nog ruimte voor aanvulling. De gemaakte opmerkingen zijn voor de Regiegroep wel reden om format nog eens tegen het licht te houden om te zien of het simpeler kan.
  • Saneren is mooi, maar in de praktijk heel lastig en de vraag is of het haalbaar is binnen de norm van 1 MW oud = 4 MW nieuw. Reactie: die norm is opgesteld in nauw overleg met de windsector en daarna nog eens onafhankelijk gecontroleerd. Saneren behoeft ook niet in de eigen streek (bijvoorbeeld als daar allen maar redelijk moderne turbines staan), maar kan ook met turbines elders in de provincie. Afspraken over sanering kunnen soms ook op termijn worden gezet zodat er in een overgangsperiode  dubbel wordt gedraaid.  Waar het om gaat is het landschap binnen een redelijke termijn op te schonen door oude turbines te verwijderen en om met minder turbines meer elektriciteit op te wekken.
  • Als een “saneerder” mee doet in een initiatief, wat gebeurt er als dat initiatief niet voorkomt  in één van de scenario’s ? Te denken valt aan het maken van voorwaardelijke afspraken met meerdere initiatieven. Als het ene initiatief niet opgenomen wordt, gaat de turbine mee in een ander project.  Risico is wel dat dezelfde turbine dubbel telt als hij voorkomt in meerdere initiatieven in de scenario’s. De Regiegroep zal deze kwestie nader bekijken, ook in overleg met de respectievelijke achterbannen. De Regiegroep zal in elk geval op de website gelegenheid bieden om turbines aan te melden voor sanering, dan wel om te vragen naar turbines die gesaneerd kunnen worden. Meer in het algemeen: deze problematiek pleit voor zoveel mogelijk samenwerking tussen initiatieven.
  • De termijn van 27,5 jaar waarna de overheid de vergunning mag intrekken, maakt saneren niet aantrekkelijk voor eigenaren met een oneindige vergunning. Reactie: elders in het land worden vergunningen ook steeds vaker tijdelijk; het is dus een landelijke trend. Bovendien kan de overheid na die 27,5 jaar niet zomaar een vergunning intrekken: dat moet onder nader af te spreken voorwaarden. Wat die voorwaarden zijn, zal vooral afhangen hoe aantrekkelijk windenergie over 27,5 jaar zal zijn. Als het nog heel aantrekkelijk is en als een overheid dan niettemin toch een vergunning wil intrekken, dan zal daarvoor compensatie geboden moeten worden.
  • Hoeveel zekerheid is er dat een initiatief in de scenario’s wordt opgenomen en dat er niet heel veel geld en energie wordt verspilt aan plannenmakerij? Zekerheid is er niet, maar het risico kan worden beperkt door zo snel mogelijk te rade te gaan bij iemand met ervaring. Het ontwikkelen van een windpark is geen eenvoudige zaak, het vergt al snel vijf tot acht jaar en voor een park van enige omvang bedragen de ontwikkelkosten al snel een paar ton. En dan nog kan het aan het einde misgaan, bijvoorbeeld door een verandering in de wetgeving, een lagere stroomprijs of een hogere rente. “Bezint eer ge begint” is dus een goed advies en de snelste manier om dat te doen is contact op te nemen met iemand met ervaring
  • Waarom moeten initiatiefnemers een bedrag van 1000 euro betalen als ze een plan indienen? Dat “statiegeld” hangt samen met het vorige punt. Doel is onervaren initiatiefnemers aan het nadenken te zetten. Doel is ook te voorkomen dat er allerlei niet doordachte plannen worden ingediend. Alle zo ontvangen bedragen worden door de Regiegroep in depot gezet en aan een initiatiefnemer terugbetaald als zijn plan niet in een scenario wordt opgenomen. Is dit wel het geval dan wordt het statiegeld gezien als onderdeel van de ontwikkelingskosten en wordt het aangewend ten behoeve van de verdere realisatie van de scenario’s, bijvoorbeeld richting Rijk en provincie.
  • Hoe zit het nu met al die bevoegdheden? Wat doet het Rijk, wat doet de provincie en wat doen gemeenten?  In principe is het zo geregeld dat tot 5 MW gemeenten het bestemmingsplan vaststellen en een aantal vergunningen verlenen; dat tussen 5 en 100 MW de provincie een inpassingsplan (lees: bestemmingplan) maakt en het verlenen van de vergunningen coördineert; en dat boven de 100 MW  het Rijk het inpassingsplan maakt en het verlenen van vergunningen coördineert. De provincie kan het echter ook allemaal aan een gemeente overlaten als de provincie denkt dat dit geen vertraging oplevert.

 

Natuurlijk zijn er ook nog andere zaken aan de orde gekomen, maar belangrijker dan een uitputtend overzicht is het feit dat er in beide bijeenkomsten ook veel waardering was voor FFDW. Er is, zo werd gezegd, een deur open gezet die jarenlang op slot was en er is een aanzet gegeven voor een eerlijke en open dialoog tussen alle belanghebbenden: ondernemers, omwonenden, bevolking, bestuurders en politici – voorstanders en tegenstanders. Daarbij ligt de bal in eerste instantie bij de initiatiefnemers en is het aan hen te bewijzen dat er voldoende kansrijke projecten zijn in Fryslân.

 

 

 

 

Nieuws