Randvoorwaarden

CHFM, FMF en PDF hebben afspraken gemaakt over de randvoorwaarden waar nieuwe windparken aan moeten voldoen. Ook die nota is aan de Provincie voorgelegd en de Provincie heeft aangegeven dat de randvoorwaarden van de nota uitgangspunten zijn voor het proces onder voorwaarde dat ook dorpsmolens aan dat proces kunnen deelnemen.

De randvoorwaarden zijn ingedeeld in vier rubrieken.

  • Eisen voor windparken als geheel;
  • Eisen voor windparken afzonderlijk;
  • Eisen voor aan te leveren informatie; en
  • Richtlijnen: zaken die wenselijk zijn.

Het heeft weinig zin elk van die onderdelen hier in detail te bespreken omdat dit slechts een herhaling zou opleveren van de nota zelf (die integraal kan worden gedownload van de website). Daarom slechts een enkele aanvullende opmerking. In geval van twijfel of onduidelijkheid: de tekst van de nota is bepalend.

Windparken als geheel

Binnen de huidige afspraken van CHFM, FMF en PDF moeten windparken in Fryslân dus in 2020 in totaal 530,5 MW aan windenergievermogen opleveren – niet meer en niet minder, bestaand of nieuw, op land of in het IJsselmeer. Als de uitkomst van het proces meer of minder zou zijn dan die 530,5 MW, zullen CHFM, FMF en PDF zich nader moeten beraden. In de plannen van CHFM, FMF en PDF moet dat vermogen worden bereikt met kleinschalige clusters van windturbines en met behulp van dorpsmolens verspreid over de gehele provincie. Die clusters moeten in het landschap herkenbaar zijn als afzonderlijke eenheid – dus niet omringd worden door solitaire turbines in de directe omgeving. Er worden op voorhand geen gebieden uitgezonderd.

Over die laatste randvoorwaarde: overwogen is om al direct bepaalde vrijwaringsgebieden aan te wijzen waar geen nieuwe windparken mogen komen. Daarvan is voorlopig afgezien omdat aanwijzing op dit moment – nu alle plannen nog niet op tafel liggen – arbitrair zou zijn. Gebieden uitsluiten zou initiatiefnemers in die gebieden de kans ontnemen om te bewijzen dat zij ook daar met goede en verantwoorde plannen kunnen komen.

Windparken afzonderlijk

Voor direct belanghebbenden zijn de randvoorwaarden voor afzonderlijke windparken belangrijker dan de randvoorwaarden voor windparken als geheel. Immers, in deze rubriek wordt gesteld dat nieuwe windparken moeten bestaan uit clusters van 4 tot 10 windturbines; dat er een uitzondering op die ondergrens wordt gemaakt voor dorpsmolens; dat er bij nieuwe windparken sprake moet zijn van saneren van oude windturbines (globaal: 2 oud voor 1 nieuw); dat omwonenden gecompenseerd moeten worden voor schade; dat nieuwe turbines niet hoger mogen zijn dan 100 meter ashoogte; en dat na 27,5 jaar de overheid onder nader te bepalen voorwaarden vergunningen mag intrekken. Voor meer detail: zie de tekst van de nota zelf.

Bovenstaande randvoorwaarden zijn niet in beton gegoten. In de nota wordt expliciet gezegd dat mag worden afgeweken van de voorwaarden als daarvoor brede steun is bij belanghebbenden en als anderen in de omgeving niet onevenredig worden benadeeld. Met andere woorden: als er ergens een plan is voor een nieuw windpark van bijvoorbeeld 20 turbines, dan valt dat plan niet af als dat plan kan rekenen op brede steun van belanghebbenden (dus ook van omwonenden en de betrokken gemeente) en als anderen (bijvoorbeeld andere windondernemers) er niet onevenredig door worden benadeeld.

Er is voor windparken (dorpsmolens uitgezonderd) gekozen voor een benedengrens van vier windturbines omdat CHFM, FMF en PDF willen voorkomen dat er meer solitaire windturbines en/of zeer kleine parkjes bijkomen. Het streven is juist om via sanering het aantal solitaire turbines te verminderen door nieuwe turbines te concentreren in clusters. Vandaar ook de eerdergenoemde eis dat die clusters in het landschap herkenbaar moeten zijn als afzonderlijke eenheid – dus niet omringd door tal van solitaire windturbines. Op die manier kan en goede mix van sanering en clustering leiden tot schoonmaak van het Friese landschap.

Het toestaan van dorpsmolens staat haaks staat op het streven het aantal solitaire windturbines te reduceren. Toch werd besloten (op verzoek van de Provincie) dorpsmolens mee te nemen in het proces door een uitzondering te maken op de benedengrens van vier turbines per park. Reden is dat een eigen dorpsmolen belangrijke sociale en economische meerwaarde kan opleveren voor het dorp in kwestie, zeker als lokaal opgewekte energie ook nog eens fiscaal voordeel op gaat leveren. Om aanspraak te maken op die uitzonderingspositie moet het wel een echte dorpsmolen zijn: voortgekomen uit een lokaal initiatief, eigendom van de lokale bevolking, productie voor die lokale bevolking en gesitueerd binnen of nabij het dorp in kwestie. Voor het overige moeten dorpsmolens voldoen aan de andere randvoorwaarden, o.a. op het gebied van saneren.

Als het om compensatie gaat, wordt er een onderscheid gemaakt: voor woningen binnen één kilometer van een nieuw windpark moeten er individuele regelingen komen, terwijl er met omwonenden buiten die afstand een collectieve regeling kan worden getroffen, bijvoorbeeld een jaarlijkse afdracht aan een dorp als geheel. Nadere eisen worden niet gesteld omdat het aan de direct betrokkenen wordt overgelaten e.e.a. in onderling overleg te regelen. Er zijn in Fryslân voorbeelden waar dat prima is gelukt. Om wantrouwen weg te nemen kunnen (voorstellen voor) regelingen ter toetsing worden voorgelegd aan onafhankelijke deskundigen. De Regiegroep rekent het tot haar taak dit soort deskundigen te identificeren.

Projectvoorstellen

De nota geeft aan welke onderwerpen aan de orde moeten komen in projectvoorstellen. Dit zowel in relatie tot het windpark zelf, als in relatie tot de omgeving daarvan en de formele besluitvorming over het voorstel. Het is aan de initiatiefnemers om over elk van die onderwerpen zoveel mogelijk duidelijkheid te verschaffen in hun projectvoorstellen. Te voorzien is dat de termijn van twee maanden voor het indienen van voorstellen soms te kort zal zijn om een bepaald aspect volledig geregeld te hebben. In dat geval wordt gevraagd aan te geven wat de stand van zaken is en wat de plannen zijn.

Er is door de Regiegroep een format opgesteld waarin alle in de nota genoemde onderwerpen zijn opgenomen. Initiatiefnemers zijn verplicht dat format te gebruiken bij het indienen van projectvoorstellen. Dat er met één format gewerkt wordt, komt niet voort uit dwingelandij of regelzucht. Reden is dat het een essentiële voorwaarde is om initiatiefnemers gelijke kansen te geven, terwijl het ook voorwaarde is om projectvoorstellen onderling te kunnen vergelijken. Omdat die formats via email moeten worden ingediend, voorkomt het gebruik ervan ook nog eens een papierwinkel, terwijl ze gemakkelijk op de website van de Regiegroep kunnen worden gezet. Initiatiefnemers kunnen additionele informatie aanleveren in de vorm van (gedigitaliseerde) bijlagen. Als initiatiefnemers dat wensen, kunnen zij aangeven dat bijlagen met bedrijfsinformatie vertrouwelijk behandeld moeten worden.

Richtlijnen en suggesties

De zojuist vermelde eisen voor windparken als geheel, voor windparken afzonderlijk en voor projectvoorstellen zijn dwingend in het kader van “Fryslân foar de Wyn” (ook al kan er dus onder voorwaarden van worden afgeweken). Dit ligt anders bij de laatste rubriek “Richtlijnen en suggesties”. Doel van deze rubriek is initiatiefnemers te informeren – zoveel als op dit moment mogelijk is – over aspecten die “bonus-punten” zouden kunnen opleveren als de Commissie van Advies zou moeten kiezen tussen verschillende projectvoorstellen. De rubriek geeft ook aan wat wenselijk wordt geacht als een initiatiefnemer nog niet in staat is alle onderdelen van het (verplichte) format volledig te beantwoorden.

Nieuws